Motivatie van kenniswerkers valt of staat met hun informatietechnologie

Na een coronajaar van thuiswerken, maakt Adobe‑dochter Workfront de balans op in het zevende onderzoeksrapport ´The 2021 State of Work´, dat deze week verschijnt. Dát informatietechnologie steeds belangrijker wordt, was al wel duidelijk geworden uit de eerdere onderzoeken.

En volgens het onderzoek zijn kenniswerkers nog steeds uiterst betrokken bij hun werk. Maar voor hun werk zijn kenniswerkers nu zó afhankelijk van informatietechnologie, dat de toestand van de IT bij hun werkgever de arbeidsrelatie kan maken of breken, zo luidt misschien wel de belangrijkste conclusie.

Eén op de drie Millennials (37 procent) neemt positieve geluiden over de IT-situatie bij een mogelijke werkgever mee in de afweging waar hij of zij wil werken, en de Generatie X daarvoor, doet dat inmiddels ook steeds meer, in 26 procent van de gevallen. Niet zo vreemd nu rond de 80 procent van de ondervraagden aangeeft dat informatietechnologie bepaalt of hij of zij optimaal kan werken.

En goed werk leveren we opvallend graag: eveneens 80 procent vindt ´optimaal presteren´ net zo belangrijk als de financiële verdiensten. Ook opvallend in het afstandelijke coronajaar: 80 procent vindt het teamwork van essentieel belang om aan te blijven in een baan. Voor het presteren in teamverband, wat we zo belangrijk vinden, zegt rond de 60 procent van de ondervraagden afhankelijk te zijn van informatietechnologie, vanwege bijvoorbeeld de samenwerking; het werkbeheer; de communicatie; en de planning & organisatie.

Subtiel bijsturen
”Het coronajaar maakte dat goede verbindingstechnologie een voorwaarde is om überhaupt met het werk en elkaar verbonden te kunnen zijn. Maar op afstand ontbreekt ook altijd de subtiele onderlinge communicatie en de snelle groepsdynamiek, waarbij je even iets tegen elkaar aanhoudt, een opmerking maakt, of bijstuurt of motiveert. Informatietechnologie moet nu enerzijds de grote lijn in het werk houden, maar ook het snelle, kleine schakelen overnemen en dat lukt niet makkelijk met ad hoc georganiseerd werk, verspreid over ettelijke platforms.”, zegt Swen Arnold, regiodirecteur Benelux van Workfront.

Voor kenniswerkers, die geen tastbare producten leveren, is het momenteel niet noodzakelijk fysiek naar hun werk te komen. Daardoor is de kwaliteit van hun werk nog afhankelijker van de kwaliteit van hun IT-gereedschap. Maar liefst 80 procent geeft daarbij aan dat informatietechnologie (heel) belangrijk is om de productiviteit te verbeteren. Alleen de waarde van een ´betrokken leidinggevende´, stijgt daar met 83 procent bovenuit.

Bye bye tech-stress
Informatietechnologie is inmiddels – over de generaties heen – zó belangrijk geworden, dat een dikke derde van alle onderzochte kenniswerkers aangeeft dat tech-stress en beperkende IT systemen voldoende frustratie opleveren om op zoek te gaan naar een andere baan. Opvallende verschil is dat de onderzochte Britten en Amerikanen sinds de pandemie veel vaker willen vertrekken wanneer de informatiesystemen hen beperken, in maar liefst de helft (50 procent) van de gevallen. Op het Europese vasteland zijn met name de Duitsers juist wat honkvaster en coulanter geworden: voor de pandemie was tobberige IT voor 38 procent de aanleiding om op zoek te gaan, momenteel maakt de coronacrisis de oosterburen wat voorzichtiger, maar zegt toch nog 27 procent ´tschüss´ tegen gefragmenteerde IT-systemen en legacy-toepassingen.

”We zijn altijd weer verrast door de enorme betrokkenheid van de duizenden onderzochte kenniswerkers waarop ook het zevende Workfront 2021 State of Work-rapport is gebaseerd”, zegt Workfronts Swen Arnold. ´Het coronajaar maakte technologie een voorwaarde om überhaupt verbonden te kunnen zijn. Maar ons beeldscherm is nu ook onze volledige werkomgeving geworden en de toepassingen waarmee we werken zijn het beginpunt van alle onze handelingen. Daar zijn we begrijpelijkerwijze kritischer op geworden. De toekomst is daarom des te meer voor geavanceerde cloud-gebaseerde werkmanagementplatforms, is onze overtuiging.”

Soft spot
In aansluiting daarop een laatste bevinding uit het 2021 State of Work-rapport: telkens geeft ongeveer een derde (33 procent) van de ondervraagden aan dat hij of zij productiever en beter betrokken kan zijn als IT betere ondersteuning zou bieden bij bijvoorbeeld de informatievoorziening; de planning & prioritering; samenwerking-op-afstand; met een intuïtieve gebruikersinterface (UIX); en door het automatiseren van alledaagse routinetaken. Kortom: behoeften midden in de soft spot van de holistische work management-platforms die Arnold noemt. Hoe dan ook: werkgevers voor wie medewerkers een asset zijn en de productiviteit een concurrentievoordeel betekent, moeten volgens onderzoek hun informatiesystemen nog serieuzer gaan nemen.