Werknemers in facilitaire branches mogen niet dupe worden van coronacrisis

Tijdens de online talkshow Verantwoordelijk marktgedrag juist tijdens corona van de Stichting Code Verantwoordelijk Marktgedrag, kwam één boodschap duidelijk naar voren: partnerschappen tussen opdrachtgevers, intermediairs en opdrachtnemers moeten gelden in goede en slechte tijden.

De Code, die zich sinds 2012 actief bezighoudt met het stimuleren van goed marktgedrag om sociaal beleid te bevorderen, had de talkshow georganiseerd om samen met hun partners in gesprek te gaan over de uitdagingen én de kansen in de huidige uitdagende situatie. Als gevolg van de coronacrisis verkeert een behoorlijk aantal organisaties in de facilitaire branches schoonmaak, beveiliging, catering en verhuizen in ernstige onzekerheid, en een groeiend aantal  bedrijven dreigt in existentiële nood te komen

De talkshow werd geleid door Kees Blokland (voorzitter Code) en Anne Megens (adviseur beleid en strategie AWVN). Zij gingen live in gesprek met Miriam Hoekstra, Alexander Rinnooy Kan en Ron Steenkuijl. De aanwezigen waren het erover eens dat veel organisaties het momenteel ongelofelijk zwaar hebben, maar dat dit geen excuus mag zijn voor het eenzijdig afwentelen van de risico’s op andere partijen, en daarmee uiteindelijk op de toch al kwetsbare werknemers in de facilitaire branches.

Kees Blokland benadrukte dat de partnerschappen tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers moeten gelden in goede en slechte tijden. “We zien dat bepaalde partijen zich op dit moment niet houden aan eerder gemaakte afspraken, terwijl andere organisaties dit, ook onder lastige omstandigheden, juist wel doen. Onze leiders van organisaties, bedrijven en overheden moeten in deze coronacrisis denken en handelen vanuit verantwoordelijkheid voor van hen afhankelijke mensen en organisaties. Gelukkig zien we ook goede voorbeelden, die laten zien hoe het moet. Werknemers in de facilitaire branches mogen immers niet de dupe worden van deze crisis.”

Volgens de aanwezige gasten zijn er constructieve manieren om met wegvallende bedrijvigheid om te gaan. Zo vertelt Miriam Hoekstra, Directeur Airport Operations bij Royal Schiphol Group, dat Schiphol continu in gesprek is met haar partners en leveranciers om samen tot de beste oplossingen te komen. Hoekstra: “Wij worden, net zoals iedereen, enorm geconfronteerd met de nieuwe werkelijkheid. Iedereen kan goede relaties onderhouden in makkelijke omstandigheden, maar juist nu is het de uitdaging om dit voort te zetten. Dat vergt volledige openheid van beide partijen over wat mogelijk is en wat niet.”

Ron Steenkuijl, directielid van de ADG Dienstengroep en lid van het Codebestuur, merkt op dat de sfeer rondom de partnerschappen onder druk komt te staan: “In de eerste helft van de lockdown konden we alle periodieke werkzaamheden goed naar voren trekken. In deze tweede lockdown wordt de sfeer al snel een stuk grimmiger. Dit is een uitzonderlijke situatie, waarin andere wetten gelden. We moeten niet meteen met contracten gaan wapperen, maar we moeten samen om de tafel gaan zitten met wederzijds respect. Anders verhardt de situatie te snel en dat moeten beide partijen niet willen.” Een partij die het volgens Steenkuil erg goed doet, is de overheid: “Laten we wel wezen, we liggen allemaal aan de beademing en onze zuurstof komt van de overheid. Ondertussen blijft de overheid haar contracten over het algemeen doorbetalen, waarmee de continuïteit van deze contracten wordt gewaarborgd.”

Alexander Rinnooy Kan, hoogleraar economie en bedrijfskunde en voorzitter van het Comité van Aanbeveling van de Code Verantwoordelijk Marktgedrag, benadrukt het belang van deze continuïteit. “De code is een oproep om te investeren in het partnership dat hoort te bestaan tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Dit is niet alleen moreel belangrijk, maar ook economisch profijtelijk. Een partnership vraagt om inlevingsvermogen van beide kanten: degene die het werk verleent en degene die het werk uitvoert. Het is een ultieme test en het is aan beide partijen om duidelijk te maken dat die met succes voltooid gaat worden, ook in crisistijd.”

Kees Blokland sluit af met de belofte dat de Code ‘het net wil ophalen’, door middel van een kort onderzoek naar praktijkvoorbeelden van partnerships in de dienstverlening in coronatijd. De focus ligt op de oplossingen zoals die door partijen gezocht en ook gevonden zijn. Hij doet een oproep aan alle ondertekenaars van de Code om actief mee te werken aan dit onderzoek en praktijkvoorbeelden aan te dragen.